Er zijn van die zaken die je bijblijven. Niet omdat ze groots of spectaculair zijn, maar omdat alles eraan schuurt.
Ik ben betrokken bij een moeder die een baby heeft gekregen waarvan we niet weten wie de vader is. De moeder heeft besloten dat zij niet zelf voor het kindje wil gaan zorgen. Dat is een verdrietig proces waarin zij begeleid wordt door het Fiom. Wanneer een moeder aangeeft niet voor haar baby te willen zorgen, is het belangrijk om ook te kijken of de vader dat misschien wel wil. Samen met moeder gaan we daarom op zoek naar de vader.
Moeder geeft ons een naam en een telefoonnummer van de man van wie zij zegt dat hij de vader is. Ik sla het nummer op in mijn telefoon en open WhatsApp. Naast het nummer verschijnt een babyfoto. En oude babyfoto weliswaar.. maar meteen denk ik: dit is precies het meisje, de baby waarvan wij de vader zoeken.
Voordat ik hem bel, vraag ik moeder eerst of zij hem zelf een berichtje wil sturen met de aankondiging dat wij contact gaan opnemen. Dat doet ze. Hij staat open voor contact, zegt ze. Daarnaast laat moeder nog wel weten dat hij zeker weet dat hij niet de vader is van de baby.
Wanneer ik hem spreek en vertel dat moeder zegt dat hij de vader is, reageert hij direct dat dat niet klopt. Even blijf ik hangen in mijn eigen verbazing, met die profielfoto nog vers in mijn hoofd. Ik vraag hem hoe hij daar zo zeker van is. Hij stottert een beetje en zegt dat hij “heus niet de enige is geweest met wie zij seks heeft gehad”. In die zin blijkt het dus mogelijkheid te zijn dat hij de vader is.
Maar goed, hij vraagt vervolgens: “Wat is er nodig om van dit gezeik af te zijn?”
Ik vraag hem of hij openstaat voor een DNA-test. Dat is hij. Hij is zelfs bereid deze te betalen. Hij besluit een DNA-test te kopen en vertelt mij op de hoogte te brengen als hij deze binnen heeft.
Een week later belt hij mij. Hij wil afspreken in een parkeergarage in Utrecht om de DNA-test af te nemen.
Ik twijfel of ik dit moet doen. Tegelijkertijd wil ik ook duidelijkheid voor de baby. Uiteindelijk besluit ik toch te gaan. Onderweg naar Utrecht bel ik vlak voor aankomst mijn collega. Ik doe mijn oortje in zodat zij live kan meeluisteren. Een klein beetje veiligheid inbouwen, omdat ik niet weet met wie ik precies heb afgesproken, waar ik terechtkom en hoe dit zal verlopen.
Op ongeveer 25 meter van de locatie zie ik dat het een grote, openbare parkeergarage is. Veel gezinnen, veel overzicht. Ik hang mijn collega op.
Ik rij naar de afgesproken etage en ontmoet daar de potentiële vader, van wie ik op dat moment nog steeds overtuigd ben dat hij de vader van de baby is. Samen maken we de envelop open. Ik neem bij hem wangslijm af en rijd daarna door naar de baby om daar hetzelfde te doen.
Daarna doe ik de enveloppen op de post.
Twee weken later krijgen we de uitslag.
99,97% geen match.