Het zwarte laatje
19 jaar zie ik wat veel mensen niet zien, dingen die me elke keer weer raken. Kinderen die opgroeien in zorgen.
Dat doet iets met mij. Ik heb daar een laatje voor in mijn hoofd. Een zwart laatje. Al het nare dat ik zie en meemaak in mijn werk gaat daarin. Dingen die ik zelf meemaak als werker, maar ook de dingen die jongeren meemaken en die mij raken.
Maar wat als dat laatje niet meer dicht kan?
Was ik maar een robot
Er wordt veel geschreven over jeugdzorgwerkers. Dat we harteloos zijn bijvoorbeeld. Soms denk ik: was het maar zo. Was ik maar een robot.
De kinderen die pijn worden gedaan, de suïcides, jongeren die zichzelf pijn doen, de psychische worstelingen van jongeren of ouders, de verslavingen, jongeren die vastzitten voor strafbare feiten of zelf worden achtervolgd. Bedreigd worden door boze of wanhopige ouders of jongeren. Politie door mijn straat, achteromkijken.
Wat je als jeugdzorgwerker meemaakt, dat staat geen enkele dag vast. Het komt nooit gelegen en het komt altijd binnen.
Alles gaat in mijn lijf zitten en vormt mij door de jaren heen in wie ik ben. Het heeft effect op mij als mens, als partner en als moeder.
Er zijn de worstelingen in mijn hoofd en buik over moeilijke beslissingen. De tweestrijd over wat er nodig is. Steeds weer de vraag: wat is op dit moment het meest passend?
De goede keuze bestaat vaak niet. Dat durf ik na al die jaren eerlijk te zeggen. In de jeugdzorg kies je vaak tussen meerdere kwaden.
Loslaten en verwerken
Soms is het laatje te vol. Dan kan het niet meer dicht.
Opruimen moet ik dan.. Wat laat ik los en wat houd ik vast?
Lange tijd dacht ik dat ik dat allemaal wel alleen kon. Inmiddels ben ik erachter gekomen dat een beetje hulp geen kwaad kan.
Want wie begrijpt echt wat dit werk met je doet? Buiten mijn collega-strijders is het soms moeilijk uit te leggen.
Ik mag spreken van trauma’s en ik mag verdriet hebben. Ik mag ook eens boos zijn.
Mijn werk is niet luchtig, het is pittig, maar ook heel mooi en soms zelfs echt leuk.
Ik ben blij dat ik hulp heb gevraagd. Dat er iemand is die me steunt in mijn proces.
Door aandacht aan mezelf te geven, kan ik doorgaan met het werk dat ik nog steeds leuk vind. Ondanks alles wat er gezegd en geschreven wordt.
Want achter de jeugdzorgwerker, achter mij, zit ook maar een mens en geen robot.